Pacemakeranalyse

Pacemakeranalyse

Doel

De pacemaker is bedoeld voor mensen bij wie het hart te langzaam klopt of bij wie de hartkamers niet tegelijk samentrekken. Zodra het ritme een afwijking vertoont, geeft de pacemaker een kleine stroomstoot af, waardoor de boezems en de kamers weer op het juiste moment samentrekken. Pacemakers werken op batterijen die zo’n 5 tot 10 jaar meegaan. Ze hebben een sensor (een elektronische chip) die het hartritme bewaakt (de detectiefunctie). Is het ritme te laag, dan geeft de pacemaker kleine stroomstoten af om het goede ritme te herstellen (de stimuleringsfunctie).

Indien men een pacemaker of interne defibrillator hebt dient deze om de 6 – 12 maanden te worden gecontroleerd. Bij bepaalde indicaties zoals ritmestoornissen, alarmen, etc … kan dit ook worden vervroegd.

Het verloop

De pacemaker of defibrillator wordt met behulp van een programmeertoestel uitgelezen en getest.

Men zal u vragen om u neer te leggen op de onderzoekstafel. De verpleegkundige legt vervolgens een monitor aan die verbonden is met het programmeertoestel. Er wordt een draadloze verbinding gemaakt met uw toestel.

De verpleegkundige kan nu het toestel testen (bepalen van de batterijduur, een correcte werking en bekijken of er ritmestoornissen zijn geweest).

De cardioloog bekijkt de testresultaten en instellingen van het toestel. Zo nodig kan men het toestel anders programmeren.

Dit onderzoekt duurt ongeveer 10 minuten en kadert meestal in een volledig cardiologisch nazicht.