Pacemaker

Pacemaker

Een pacemaker is een toestel dat kleiner is dan de palm van uw hand (ca 5 x 4 cm). Dit wordt onderhuids geïmplanteerd ter hoogte van uw borstkas onder het sleutelbeen.

Een pacemaker is een klein apparaat dat het werk van de sinusknoop en de AV-knoop kan overnemen, zodat het hart in het normale tempo en ritme blijft pompen. Het bestaat uit een batterij en een kleine computer.

Via de aders worden vanuit de computer 2 of 3 elektroden naar uw hart geleid om daar met elektrische prikkels uw hart te ondersteunen voor een betere, snellere en /of regelmatige samentrekking van de hartspier.

De pacemaker is bedoeld voor mensen bij wie het hart te langzaam klopt of bij wie de hartkamers niet tegelijk samentrekken. Zodra het ritme een afwijking vertoont, geeft de pacemaker een kleine stroomstoot af, waardoor de boezems en de kamers weer op het juiste moment samentrekken. Pacemakers werken op batterijen die zo’n 5 tot 10 jaar meegaan. Ze hebben een sensor (een elektronische chip) die het hartritme bewaakt (de detectiefunctie). Is het ritme te laag, dan geeft de pacemaker kleine stroomstoten af om het goede ritme te herstellen (de stimuleringsfunctie).

Implantatie

Voorbereiding

Zoals u zich wellicht kunt voorstellen brengt het enige voorbereiding met zich mee om dit proces soepel en vlot te laten verlopen. Hier volgen enkele zaken waarmee wij u vragen rekening te houden.

Het kan zijn dat u peroperatief een bloed name, ECG en/of een röntgenfoto van de borstkas moet krijgen en dat u hiervoor langs het preoperatief circuit moet gaan. Uw arts zal u indien nodig hierover informeren. Indien de arts ervoor kiest u al eerder te laten opnemen in het ziekenhuis voor bijvoorbeeld telemetrieopvolging, dan wordt dit uiteraard allemaal door het verplegend personeel geregeld of uitgevoerd.

Dag van opname

Op de dag van opname mag u een licht ontbijt nemen, waarna u nuchter moet blijven van eten, u mag wel water drinken. Bij het ontbijt mag u ook uw medicatie van de ochtend innemen.

De arts zal met u doorlopen welke medicatie u in mag nemen en welke u moet overslaan die ochtend, denk hierbij bijvoorbeeld aan bloedverdunnende medicatie.

U neemt best het volgende mee naar het ziekenhuis:

  • Handdoeken, washandjes, kledij en verzorgingsmateriaal voor minimaal twee dagen
  • Een volledige en overzichtelijke lijst van de medicatie die u neemt, ook de medicatie waarmee u tijdelijk moet wachten van de arts
  • Uw bloedgroepkaart
Verloop van de ingreep

Bij aankomst in het ziekenhuis kunt u zich aanmelden aan de balie bij inschrijvingen waarna u naar de afdeling gaat. Eenmaal u zich daar heeft aangemeld wordt u naar uw kamer begeleidt.

We vragen u ook twee formulieren in te vullen:

  1. Eén waarin we u vragen uw medicatie op te schrijven tezamen met de dosage, frequentie, tijd en reden. Op de achterkant kunt u eventueel gestopte medicatie, allergieën en de contactpersoon opschrijven. Let op: dit formulier moet ondertekend worden met vermelding van de datum. Zorg ervoor dat u op de dag van opname een accurate lijst mee heeft
  2. Eén waarin we bijzonderheden bevragen om de zorgen voor u zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Meldt extra duidelijk aan de verpleegkundige als u allergisch bent voor bepaalde antibiotica, er wordt namelijk standaard antibiotica toegediend om infecties te vermijden. Geef niet alleen de allergieën aan antibiotica door, maar geef al uw allergieën door.

Vooraf aan de ingreep wordt u gevraagd zich om te kleden en een operatiehemd aan te trekken. Vervolgens wordt er bij u een infuus geplaats met vocht. Dit infuus is strikt geen medicatie maar krijgt u zodat de aders goed kunnen vullen en de ingreep makkelijker verloopt. Tevens kan deze toegangsweg gebruikt worden om eventueel later medicatie zoals antibiotica toe te dienen.

Als de arts aangeeft dat hij bij u de pacemaker aan de linker zijde zal plaatsen, geef dit dan aub ook aan bij het verplegend personeel. Dan moet het infuus namelijk aan de rechterzijde geplaatst worden.

In de loop van de ochtend zal uw arts u nog even komen bezoeken. Als u erg angstig bent, mag u iets kalmerend vragen aan de arts. Dit krijgt u dan voor u naar de operatiezaal vertrekt.

In het operatiekwartier zal u verder geïnstalleerd worden. Er zal enkele keren naar uw naam, geboorte datum en ingreep gevraagd worden om er zeker van te zijn dat de juiste ingreep bij de juiste patiënt gaat plaatsvinden.

De ingreep zelf gebeurt onder een plaatselijke verdoving, dat wil zeggen dat ze een deel van de huid verdoven met behulp van enkele injecties. Via een kleine insnede van c.a. 5 cm wordt er een bloedvat aangeprikt waarlangs de draden van de pacemaker worden opgeschoven tot in het hart.

Zodra deze draadjes op de juiste plaats zitten wordt er onderhuids een holte gemaakt zodat er plaats is voor de pacemaker zelf, dit kunt u wel even als onprettig ervaren.

U krijgt nog een draagdoek om, om te voorkomen dat u deze arm onbewust te veel beweegt. Ook wordt er eventueel in geval van wat bloedverlies ter hoogte van de incisie een zandzak of een alternatief op de wonde gelegd.

Wat kan u na de ingreep verwachten?

Op de afdeling wordt er een telemetrie aangekoppeld om het hartritme op te volgen en krijgt u de nodige informatie.

Eenmaal terug op de kamer mag na vier uur de zandzak verwijderd worden, na zes uur mogen de windels af en na acht uur bedrust mag u rondwandelen met een draagdoek.

De dag na uw ingreep zal het verband verschoond worden en uw wonde gecontroleerd worden op tekenen van infectie, de draagdoek mag hierna ook af en u mag uw arm voorzichtig bewegen. Til uw arm niet hoger op dan 90°, til niet te zwaar en pas op met bruuske achterwaartse bewegingen. De draadjes van uw pacemaker hebben namelijk enige tijd nodig om zich goed vast te zetten. De komende dagen kunt u in het ziekenhuis verwachten dat regelmatig uw temperatuur gecontroleerd wordt.

Heeft u het gevoel dat u koorts heeft, geef dit dan ook altijd aan het verplegend personeel aan. Hiernaast zal ook dagelijks een ECG genomen worden en zal er ook nogmaals een RX van uw borstkas gemaakt worden om er zeker van te zijn dat alles op de juiste plaats zit. Als alles goed zit en uw pacemaker goed is afgesteld op uw hartritme zal u op dag twee of drie met ontslag mogen.

Mogelijke complicaties

  • Onderhuidse bloeding/blauwe plek:

Dit is waarschijnlijk de meest voorkomende en meestal onschuldige complicatie.

Deze zal afzakken en geleidelijk aan verdwijnen.

  • Infectie:

Hiervoor krijgt u preventief antibiotica via uw infuus. Ook wordt uw temperatuur en de wonde nauwlettend in de gaten gehouden door verplegend personeel.

  • Pneumothorax/klaplong:

Hierbij wordt per ongeluk een gaatje in de longen geprikt tijdens het aanbrengen van deze electroden. Dit is de minst voorkomende complicatie.

Het ontslag

Zodra u naar huis mag zal u van de arts een lijst van medicatie krijgen, met eventuele voorschriften. Ook krijgt u een brief voor uw huisarts en een afspraak voor verdere opvolging bij de cardioloog.

Aandachtspunten

Thuis zijn er nog enkele aandachtspunten waar u in het begin rekening mee moet houden:

  • Blijf bewust en voorzichtig met eerder genoemde bewegingen van uw arm;
  • Ga de eerste week niet in bad gezien dit het risico op infectie verhoogt, douchen mag wel
  • Bespreek met uw arts of/wanneer u mag autorijden, met name als u instaat voor personenvervoer
  • De plakker op de wonde waarmee u naar huis gaat mag u na twee dagen zelf verwijderen
  • Als u een temperatuursverhoging krijgt boven de 38°C binnen twee weken na implantatie, meldt u zich dan zo snel mogelijk op de spoedgevallendienst
  • Als u zich binnen de twee weken na de operatie kortademig voelt, meldt u zich dan zo snel mogelijk op de spoedgevallendienst.